Je ziet ze overal. Op het strand, boven de stad, boven de bergen. Drones. Klein, stil, en in staat om beelden te maken die tien jaar geleden alleen weggelegd waren voor helikopterpiloten met een dikke portemonnee. Democratisering van de fotografie, zeggen sommigen. Visuele luiheid, zeggen anderen. Want is een spectaculair vogelperspectief automatisch een goede foto?
In het nieuws duiken drones steeds vaker op in een heel andere context. Oorlogsdrones boven Oekraïne, Gaza, Sudan. Beelden gemaakt zonder fotograaf, zonder menselijke aanwezigheid op de grond. Dat roept vragen op. Wat verlies je als de mens achter de lens verdwijnt? En wat vertelt een dronebeeld eigenlijk over de fotograaf die de keuze maakte om op die knop te drukken? De drone is een gereedschap. Net als een groothoeklens of een statief. Maar er is wel iets bijzonders aan de manier waarop hij de wereld toont. Je ziet patronen die je op de grond nooit zou zien. Mensen die ineens klein worden in een groot verhaal. De vraag is niet óf de drone thuishoort in de fotografie. De vraag is wat jij ermee te zeggen hebt.


