Bewegingsonscherpte
Bewegingsonscherpte ontstaat als een onderwerp of de camera beweegt terwijl de sluiter openstaat. Met een korte sluitertijd bevries je beweging scherp; met een lange sluitertijd stroomt de beweging als een veeglijn door het beeld. Dat kan een technische fout zijn, maar ook een bewuste creatieve keuze. Een waterval met een zijdezachte stroom, een hardloper met bewegende ledematen: bewegingsonscherpte als stijlmiddel. Wil je het vermijden, gebruik dan een sluitertijd van minimaal 1/500s voor bewegende onderwerpen. Een statief elimineert cameratrillingen maar doet niets aan de beweging van je onderwerp.