Tag

Onscherpte

2 afleveringen

Onscherpte is een keuze. In deze afleveringen legt 30 Minuten Sluitertijd uit hoe scherptediepte werkt, wat bokeh doet met een foto en hoe je bewust omgaat met wat wel en niet scherp is in beeld.

Scherptediepte en beweging als gereedschap

Onscherpte heeft twee smaken die fundamenteel van elkaar verschillen. De eerste is bokeh: de zachte achtergrondvervaging die ontstaat bij een open diafragma en een lange brandpuntsafstand. De tweede is bewegingsonscherpte: de veeg van een rijdende auto, de wazige handen van een dirigent, het zijdeachtige water bij een waterval. Beide zijn gereedschappen, geen fouten.

Scherptediepte bepaal je met drie factoren: diafragma, afstand tot het onderwerp en brandpuntsafstand. Een open diafragma (f/1.4, f/1.8) geeft weinig scherptediepte: een oog scherp, de neus al onscherp. Een gesloten diafragma (f/11, f/16) trekt alles in het beeld scherp. Landschapsfotografen willen dat laatste; portretfotografen willen juist het eerste.

Bewuste onscherpte vraagt inzicht in wat je onscherp laat en waarom. Een portret waarbij het dichtstbijzijnde oog scherp staat maar de rest vervaagt, vertelt een verhaal over nabijheid en afstand. Een straatfoto waarbij alles scherp staat, geeft een ander gevoel van aanwezigheid in de scène. Geen van beide is beter, maar allebei een keuze.